Citaat | Parket bij de Hoge Raad 15 april 2003

Alinea 82 Parket bij de Hoge Raad 15 april 2003

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 15 april 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF5257.

Het verzoek van de verdediging om een psychologische analyse van bedoelde verhoren en van het telefoongesprek is een verzoek als bedoeld in art. 316 Sv. Maatstaf bij de beoordeling van een verzoek als het onderhavige is of van de noodzaak van het verzochte is gebleken. Blijkens het hier weergegeven oordeel heeft het hof door te overwegen dat het een psychologisch onderzoek naar deze verhoren en dit telefoongesprek niet noodzakelijk acht de juiste maatstaf aangelegd. 's Hofs oordeel getuigt niet van een verkeerde toepassing van die maatstaf en is ook niet onbegrijpelijk. Daarbij valt in aanmerking te nemen dat - zoals het hof terecht heeft overwogen en in cassatie door de verdediging wordt onderschreven - het bij uitstek de taak van de rechter is om de betreffende verklaringen en de inhoud van het telefoongesprek op hun merites te waarderen en voorts dat het geenszins aannemelijk is geworden - zoals het hof blijkens het bestreden arrest heeft vastgesteld - dat de verdachte zijn verklaringen niet in vrijheid heeft afgelegd en ook dat de bekennende verklaringen van verdachte (uiteraard) niet het enige bewijs is waarop de bewezenverklaringen steunen. Aan de verhoren van 9 en 10 september 2000 heeft het hof in zijn arrest onder 12.1 uitvoerige beschouwingen gewijd. Daarbij is te bedenken dat de verdediging in de gelegenheid is gesteld bij de rechter-commissaris de verhorende verbalisanten aan de tand te voelen over de wijze waarop de verhoren van verdachte zijn verlopen. De motivering van het verzoek bood ook geen aanknopingspunt voor een uitgebreidere redengeving. De pleitnota die de advocaat ter terechtzitting van 7 december 2000 heeft overgelegd houdt enkel in dat de verklaringen van verdachte van 9 en 10 september 2000 nader dienen te worden onderzocht, bij voorkeur door een psycholoog. Meer dan dat de stemmingen van verdachte tijdens die verhoren sterk wisselden en dat verdachte geruime tijd niet of nauwelijks contact met de buitenwereld heeft gehad is in die pleitnota niet te lezen. Bovendien leert een blik achter de papieren muur dat verdachte niet alleen bij de politie heeft bekend, maar deze bekentenissen daarna nog eens heeft bevestigd tijdens zijn voorgeleiding op 11 september 2000 ten overstaan van officier van justitie mr. B. den Hartigh.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/5c8fbb4adc6481dc308407ffca8a1f552f663f4fc8cbad60f13f118070b46418. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 5c8fbb4adc6481dc308407ffca8a1f552f663f4fc8cbad60f13f118070b46418, en de alinea staat in dat document op bytes 49296 tot 51595.