Citaat | Parket bij de Hoge Raad 15 april 2003

Alinea 93 Parket bij de Hoge Raad 15 april 2003

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 15 april 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF5257.

De steller van het middel betoogt dat dit oordeel onbegrijpelijk is en voert daartoe in de eerste plaats als argument aan dat de deskundige Kloosterman ter terechtzitting in hoger beroep heeft verklaard dat het niet is gelukt om enig verband met een dader aan te tonen en er geen geïncrimineerd spoor is gevonden. De toelichting op het middel onder 4 stelt dat juist het ontbreken van enig DNA-spoor ertoe zou moeten leiden ieder potentieel DNA-onderzoek te doen uitvoeren.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/5c8fbb4adc6481dc308407ffca8a1f552f663f4fc8cbad60f13f118070b46418. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 5c8fbb4adc6481dc308407ffca8a1f552f663f4fc8cbad60f13f118070b46418, en de alinea staat in dat document op bytes 57079 tot 57566.