Citaat | Parket bij de Hoge Raad 15 april 2003
Alinea 95 Parket bij de Hoge Raad 15 april 2003
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 15 april 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF5257.
43. Ik meen dat de steller van het middel aldus de relevantie en mogelijkheden van DNA-onderzoek miskent. Als er geen lichaamsmateriaal is gevonden dat aan de dader kan worden toegeschreven - hetgeen hier het geval is zoals het hof heeft vastgesteld - kan DNA-onderzoek van ander materiaal niet voeren tot identificatie van de dader. Ik haal de memorie van toelichting aan bij het voorstel het DNA-onderzoek in het Nederlandse strafrecht een plaats te geven:
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/5c8fbb4adc6481dc308407ffca8a1f552f663f4fc8cbad60f13f118070b46418. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 5c8fbb4adc6481dc308407ffca8a1f552f663f4fc8cbad60f13f118070b46418, en de alinea staat in dat document op bytes 57879 tot 58350.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/5c8fbb4adc6481dc308407ffca8a1f552f663f4fc8cbad60f13f118070b46418 | shasum -a 256