Citaat | Parket bij de Hoge Raad 6 mei 2003
Alinea 20 Parket bij de Hoge Raad 6 mei 2003
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 6 mei 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF5370.
Keijzer - opnieuw (zie HR 12 en 19 maart 1996, NJ 1996, 539 en 540, m.nt. Sch) aangegeven dat in dezen een cruciaal verschil bestaat tussen het gebruik van stilzwijgen van de verdachte als (redengevend) bewijsmiddel (welk gebruik niet toelaatbaar is), en als factor die de redengevendheid van de bewijsmiddelen versterkt. In dit geval ging het om de juistheid van de "vertaling" door de politie van de inhoud van telefoongesprekken waarin verzoeker regelmatig gevraagd had zakgeld naar zijn vader op te sturen; deze was echter reeds lang overleden. De verdachte wilde - hoewel uitdrukkelijk gewaarschuwd voor de mogelijke consequenties - niet verklaren waar deze gesprekken dan wèl over gingen. Het is hier "obvious that the right to silence cannot and should not prevent that the accused's silence, in situations which clearly call for an explanation from him, be taken into account in assessing the persuasiveness of the evidence adduced by the prosecution."
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/49b56fe491f5ebd2741022e16670d8443dd3fe6956326117fb9d355bf3d5743f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 49b56fe491f5ebd2741022e16670d8443dd3fe6956326117fb9d355bf3d5743f, en de alinea staat in dat document op bytes 9472 tot 10446.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/49b56fe491f5ebd2741022e16670d8443dd3fe6956326117fb9d355bf3d5743f | shasum -a 256