Citaat | Parket bij de Hoge Raad 6 mei 2003

Alinea 41 Parket bij de Hoge Raad 6 mei 2003

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 6 mei 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF5370.

Wanneer iemand in het vermoedelijke bezit van heroïne of cocaïne wordt aangetroffen, kan aanwezigheid van die stof ook zonder een deskundigenrapport worden bewezenverklaard. Chemisch onderzoek is daarvoor niet steeds nodig. Onder omstandigheden zijn verklaringen van gebruikers, inhoudende dat zij de gebruikelijke uitwerking ondervonden van de hun bekende stof, of dat wat zij zagen de stof is die zij altijd in hun gebruikerskringen tegenkomen, daartoe voldoende (vgl. HR 24 oktober 1978, NJ 1979, 130, HR 7 april 1981, NJ 1981, 443, HR 28 juni 1983, NJ 1984, 11, HR 21 februari 1989, NJ 1989, 903).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/49b56fe491f5ebd2741022e16670d8443dd3fe6956326117fb9d355bf3d5743f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 49b56fe491f5ebd2741022e16670d8443dd3fe6956326117fb9d355bf3d5743f, en de alinea staat in dat document op bytes 21347 tot 21964.