Citaat | Parket bij de Hoge Raad 6 mei 2003

Alinea 45 Parket bij de Hoge Raad 6 mei 2003

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 6 mei 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF5370.

28. Het hof heeft - als gezegd - niet naar behoren op het verweer omtrent de aanwezigheid van MDMA gereageerd. De boven reeds gestelde, door Uw Raad te beantwoorden, vraag is echter of dit tot cassatie dient te leiden. Denkbaar is dat Uw Raad van oordeel is dat het verweer gelet op de bewijsmiddelen - inclusief de door mij gegeven, uit openbare bronnen afkomstige achtergrondinformatie omtrent test 23 van de NARCOTEST(r)Disposakit - toch ook had dienen te worden verworpen, in welk geval de klacht over de onvoldoende motivering van de bewezenverklaring van de aanwezigheid van MDMA faalt. Mijn - voorzichtige - antwoord komt daarop uit, maar ik kan mij ook voorstellen dat de Hoge Raad voor afdoende bewijs dat de tenlastegelegde XTC-pillen inderdaad het objectieve tenlastegelegde bestanddeel MDMA bevatten geen genoegen neemt met een indicatietest, en in dezen dus wèl een striktere lijn volgt dan bij heroïne (omdat heroïne hetzelfde is als diacetylmorfine, zie Handboek strafzaken 34.3.2, maar XTC niet hetzelfde is als MDMA).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/49b56fe491f5ebd2741022e16670d8443dd3fe6956326117fb9d355bf3d5743f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 49b56fe491f5ebd2741022e16670d8443dd3fe6956326117fb9d355bf3d5743f, en de alinea staat in dat document op bytes 23359 tot 24409.