Citaat | Parket bij de Hoge Raad 25 maart 2003
Alinea 23 Parket bij de Hoge Raad 25 maart 2003
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 25 maart 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF5388.
6. Volgens de toelichting op het middel brengt de omstandigheid dat geen doodsoorzaak kan worden aangewezen mee dat geen zekerheid bestaat over de vraag of de jegens [slachtoffer 1] gepleegde gewelddaad een levensbenemende daad is geweest. Daardoor zou ook onzekerheid bestaan over het opzettelijke karakter van die daad. Volgens de toelichting kan, "bij de stand van zaken als weergegeven in de gebezigde bewijsmiddelen de geenszins ondenkbeeldige mogelijkheid worden uitgesloten dat [slachtoffer 1] ([...], NJ) in een poging te vluchten ongelukkig is komen te vallen met haar hoofd op of tegen een hard voorwerp, bijvoorbeeld een boom". Ik begrijp het middel aldus, dat de steller bedoelt te zeggen dat deze mogelijkheid geenszins denkbeeldig of geenszins ondenkbaar is en dat deze mogelijkheid juist niet kan worden uitgesloten.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/86de6f89b6ddee119221a1962810a04bc7e480e01494796acdfc19e0cabb4b0a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 86de6f89b6ddee119221a1962810a04bc7e480e01494796acdfc19e0cabb4b0a, en de alinea staat in dat document op bytes 12090 tot 12934.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/86de6f89b6ddee119221a1962810a04bc7e480e01494796acdfc19e0cabb4b0a | shasum -a 256