Citaat | Parket bij de Hoge Raad 25 maart 2003

Alinea 37 Parket bij de Hoge Raad 25 maart 2003

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 25 maart 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF5388.

10. Overigens valt de stelling van het middel niet goed te rijmen met het sectierapport: als [slachtoffer 1] inderdaad, zoals geopperd in de toelichting, met haar hoofd tegen bijvoorbeeld een boom was gevallen en daaraan zodanig letsel had overgehouden dat ze daaraan was overleden, zou zulk letsel zichtbaar moeten zijn geweest voor de patholoog. Algemeen bekend is dat iemand niet aan een oppervlakkige hoofdwond overlijdt, en het zijn dergelijke oppervlakkige verwondingen, die volgens de verklaring van Maes niet meer zichtbaar zijn wanneer een lichaam enige tijd in het water heeft gelegen. Van verstikking zijn na een tijdsperiode, zoals verlopen tussen de vermissing van het slachtoffer en de vondst van haar stoffelijk overschot, niet steeds sporen te vinden, aldus Maes.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/86de6f89b6ddee119221a1962810a04bc7e480e01494796acdfc19e0cabb4b0a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 86de6f89b6ddee119221a1962810a04bc7e480e01494796acdfc19e0cabb4b0a, en de alinea staat in dat document op bytes 17761 tot 18553.