Citaat | Parket bij de Hoge Raad 25 maart 2003
Alinea 41 Parket bij de Hoge Raad 25 maart 2003
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 25 maart 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF5388.
"Uiteraard is de verdediging bekend met het feit dat met behulp van de slachtoffers [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3] (zie hierna) fotoconfrontaties hebben plaatsgevonden (vastgelegd in één PV d.d. 7 oktober 1999), waarbij beiden de afbeelding voorstellende cliënt hebben aangewezen als de vermoedelijke dader van de respectievelijke verkrachtingen. De verdediging wijst er evenwel op dat de waarde voortvloeiende uit dit potentiële bewijsmiddel als tamelijk gering moet worden geacht. Zulks heeft met name te maken met het feit dat slachtoffer [slachtoffer 2] eerst bijna 2 maanden na haar verkrachting de foto van cliënt aanwijst als de dader van haar verkrachting. Het tijdverloop alsmede de (alleszins begrijpelijke) wil te herkennen tast de betrouwbaarheid van de (overigens positieve) herkenning aan en wel in die mate dat (het PV van) de confrontatie niet zou dienen mogen te worden gehanteerd(2) ten behoeve van de bewijsconstructie."
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/86de6f89b6ddee119221a1962810a04bc7e480e01494796acdfc19e0cabb4b0a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 86de6f89b6ddee119221a1962810a04bc7e480e01494796acdfc19e0cabb4b0a, en de alinea staat in dat document op bytes 19224 tot 20185.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/86de6f89b6ddee119221a1962810a04bc7e480e01494796acdfc19e0cabb4b0a | shasum -a 256