Citaat | Parket bij de Hoge Raad 25 maart 2003

Alinea 48 Parket bij de Hoge Raad 25 maart 2003

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 25 maart 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF5388.

18. Gelet op het bovenstaande en in aanmerking genomen dat uit de door het hof gebezigde bewijsmiddelen volgt dat beide slachtoffers verzoeker direct en zonder enige twijfel herkenden uit de tien foto's waarmee zij werden geconfronteerd (bewijsmiddel 14.3: verklaring van [slachtoffer 2] tijdens de appèlzitting, en bewijsmiddel 19: meervoudige fotoconfrontatie op 7 oktober 1999 door beide aangeefsters), is het in de uitspraak van het hof besloten liggende oordeel dat het gevoerde verweer niet responsieplichtig was niet onbegrijpelijk. Aan het voorgaande doet niet af dat het resultaat dragend is voor het bewijs; het is evenwel niet het enige bewijsmateriaal. Ik wijs onder andere op de herkenning ter terechtzitting in appèl door het slachtoffer [slachtoffer 2] van de tatoeage op de arm van verzoeker, en op treffende details met betrekking tot de later aangetroffen bestelbus waarin de verkrachting heeft plaats gevonden. En voor het bewijs van de verkrachting van [slachtoffer 3] wijs ik op het resultaat van het uitgevoerde DNA-onderzoek.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/86de6f89b6ddee119221a1962810a04bc7e480e01494796acdfc19e0cabb4b0a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 86de6f89b6ddee119221a1962810a04bc7e480e01494796acdfc19e0cabb4b0a, en de alinea staat in dat document op bytes 23998 tot 25061.