Citaat | Parket bij de Hoge Raad 25 maart 2003

Alinea 65 Parket bij de Hoge Raad 25 maart 2003

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 25 maart 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF5388.

28. In de nadere bewijsoverwegingen heeft het hof overwogen dat deze belangstelling van verzoeker was gericht op het hebben van seks met jonge vrouwen. Ik meen dat deze overweging, gelet op het bovenstaande, niet onbegrijpelijk is en voorts dat deze overweging voldoende steun vindt in de door het hof blijkens de nadere bewijsoverweging daaraan ten grondslag gelegde bewijsmiddelen. Het middel faalt voor zover het van een andere opvatting uitgaat. Overigens zou het middel anders ook niet tot cassatie kunnen leiden, nu deze door het hof overwogen omstandigheid van verzoekers belangstelling voor seks met jonge vrouwen, mede in aanmerking genomen dat het sub 5 als voltooid tenlastegelegde zedendelict jegens [slachtoffer 1] niet is bewezenverklaard, niet rechtstreeks redengevend is voor het sub 4 bewezenverklaarde (zie Van Dorst, Cassatie in strafzaken, 4e, p. 206).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/86de6f89b6ddee119221a1962810a04bc7e480e01494796acdfc19e0cabb4b0a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 86de6f89b6ddee119221a1962810a04bc7e480e01494796acdfc19e0cabb4b0a, en de alinea staat in dat document op bytes 31662 tot 32548.