Citaat | Parket bij de Hoge Raad 25 maart 2003
Alinea 82 Parket bij de Hoge Raad 25 maart 2003
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 25 maart 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF5388.
37. Er zijn grenzen aan het voordeel van de twijfel, dat een verdachte behoort te worden gegeven. Zo'n grens is dunkt mij bereikt indien een verdachte van verkrachting van twee jonge vrouwen en een seksueel getinte doodslag op een meisje, dit laatste feit pleegt tweeëneenhalve maand nadat hij (in casu op 6 november 1998) is vrijgekomen van een gevangenisstraf van negen jaar, waarvan er volgens de regels zes zijn geëxecuteerd, en voorafgaande aan de oplegging van die gevangenisstraf een harde persoonlijkheidsstoornis was gediagnosticeerd met een infauste prognose. Het was aan de verdachte om de voor de hand liggende conclusie te ontzenuwen door zich te onderwerpen aan een nieuw persoonlijkheidsonderzoek. Gelet hierop, maar vooral op de bovenstaande inhoud van zowel de toenmalige als de huidige deskundige voorlichting van de rechter, is het oordeel van het hof, dat verzoeker ten tijde van de bewezenverklaarde feiten lijdende was aan een gebrekkige ontwikkeling of ziekelijke stoornis van zijn geestvermogens, waardoor hem de feiten slechts verminderd kunnen worden toegerekend, niet onbegrijpelijk. Met dat oordeel is het hof niet op de stoel van de deskundigen gaan zitten, maar heeft het gedaan waartoe bij uitsluiting van anderen de rechter geroepen is: toerekenen. Het vierde middel faalt dan ook.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/86de6f89b6ddee119221a1962810a04bc7e480e01494796acdfc19e0cabb4b0a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 86de6f89b6ddee119221a1962810a04bc7e480e01494796acdfc19e0cabb4b0a, en de alinea staat in dat document op bytes 39179 tot 40507.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/86de6f89b6ddee119221a1962810a04bc7e480e01494796acdfc19e0cabb4b0a | shasum -a 256