Citaat | Parket bij de Hoge Raad 25 maart 2003

Alinea 84 Parket bij de Hoge Raad 25 maart 2003

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 25 maart 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF5388.

39. Ambtshalve wijs ik op het volgende. Op 11 mei 2001 is beroep in cassatie ingesteld. De Hoge Raad zal niet binnen zestien maanden na het instellen van het beroep in cassatie uitspraak doen. Daarmee is de redelijke termijn als bedoeld in art. 6 EVRM overschreden. Deze overschrijding van de redelijke termijn kan worden gecompenseerd door een door Uw Raad toe te passen vermindering van de duur van de opgelegde gevangenisstraf. Daarmee vergroot Uw Raad niet het gevaar dat van verzoeker voor de maatschappij op termijn uitgaat. De tevens opgelegde TBS leent zich immers niet voor reductie, afhankelijk als haar beëindiging is van voldoende garanties dat de behandeling van verzoeker zó succesvol is dat geen vrouw ooit ook maar iets gewelddadigs van verzoeker te vrezen heeft.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/86de6f89b6ddee119221a1962810a04bc7e480e01494796acdfc19e0cabb4b0a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 86de6f89b6ddee119221a1962810a04bc7e480e01494796acdfc19e0cabb4b0a, en de alinea staat in dat document op bytes 40628 tot 41422.