Citaat | Parket bij de Hoge Raad 6 mei 2003
Alinea 24 Parket bij de Hoge Raad 6 mei 2003
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 6 mei 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF5408.
11. Van belang acht ik ook dat de openbaarheid onverkort is gehandhaafd voor dat gedeelte van het publiek dat kennelijk is blijven zitten. In dit opzicht zou ik in navolging van het BGH, het verzoek in dit geval toelaatbaar willen achten. De externe openbaarheid is niet beknot doordat de 'niet direct betrokkenen' vrijwillig gehoor hebben gegeven aan dit verzoek. In die vrijwilligheid schuilt het wezenlijke verschil met de omstandigheden in de zaak die leidde tot het arrest HR 4 april 2000, NJ 2000, 633. In die zaak had het hof evenmin de deuren gesloten maar zich in gezelschap van de raadsman en de A-G in raadkamer teruggetrokken, voor de toelichting op het verzoek van de verdediging een bepaalde getuige te horen. De HR oordeelde dat wat zich daar had afgespeeld bezwaarlijk anders kon worden gezien dan als een onderdeel van de terechtzitting, dat zich ten onrechte niet in het openbaar had afgespeeld. Over het buiten aanwezigheid van de verdediging en het OM horen van een getuige achter gesloten deuren heeft Uw Raad zijn anathema uitgesproken (HR 20 april 1999, NJ 1999, 677 m.nt.'tH).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/be31b8638ecef4aee23e4db4513ff1f9b1d72d897b68d10d0e373ed0ffa1eb53. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt be31b8638ecef4aee23e4db4513ff1f9b1d72d897b68d10d0e373ed0ffa1eb53, en de alinea staat in dat document op bytes 12161 tot 13274.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/be31b8638ecef4aee23e4db4513ff1f9b1d72d897b68d10d0e373ed0ffa1eb53 | shasum -a 256