Citaat | Parket bij de Hoge Raad 1 april 2003
Alinea 12 Parket bij de Hoge Raad 1 april 2003
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 1 april 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF5452.
5. Terecht wijst de steller van het middel er op dat ingevolge art. 278, derde lid, Sv, zoals de bepaling geldt sedert 1 februari 1998, de rechter een beslissing dient te nemen op een door de verdachte gedaan verzoek de behandeling uit te stellen, indien de verdachte daarbij heeft opgegeven dat hij zijn verdediging in persoon wil voeren doch verhinderd is op de vastgestelde dag ter terechtzitting te verschijnen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/559f259963580fde8aa3366f33b9fb24048a8da1f08a79308411226ca79eb6dc. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 559f259963580fde8aa3366f33b9fb24048a8da1f08a79308411226ca79eb6dc, en de alinea staat in dat document op bytes 6835 tot 7263.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/559f259963580fde8aa3366f33b9fb24048a8da1f08a79308411226ca79eb6dc | shasum -a 256