Citaat | Parket bij de Hoge Raad 1 april 2003
Alinea 13 Parket bij de Hoge Raad 1 april 2003
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 1 april 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF5452.
6. Voorts is het vaste rechtspraak te noemen dat, indien een verdachte kenbaar maakt dat hij door ziekte (of om een andere klemmende reden, zoals detentie uit anderen hoofde) verhinderd is ter terechtzitting te verschijnen en in verband daarmee schorsing van de behandeling vraagt, aan dat verzoek gehoor dient te worden gegeven, tenzij de rechter van oordeel is dat zich bijzondere omstandigheden voordoen die afwijzing van het verzoek in het belang van een behoorlijke rechtspleging - waartoe behoort dat een strafgeding binnen aanvaardbare termijn kan worden afgedaan - rechtvaardigen. Daarbij verdient opmerking dat een aanhoudingsverzoek in verband met ziekte van de verdachte behoorlijk onderbouwd dient te zijn, dat wil zeggen dat voldoende duidelijk gemaakt dient te worden dat die ziekte van zodanige aard is dat in redelijkheid niet kan worden gevergd dat de verdachte ter terechtzitting verschijnt, vgl, HR NJ 1997, 566, HR NJ 1998, 428 en HR 2002, 466.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/559f259963580fde8aa3366f33b9fb24048a8da1f08a79308411226ca79eb6dc. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 559f259963580fde8aa3366f33b9fb24048a8da1f08a79308411226ca79eb6dc, en de alinea staat in dat document op bytes 7283 tot 8260.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/559f259963580fde8aa3366f33b9fb24048a8da1f08a79308411226ca79eb6dc | shasum -a 256