Citaat | Parket bij de Hoge Raad 1 april 2003

Alinea 17 Parket bij de Hoge Raad 1 april 2003

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 1 april 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF5452.

Dat doet zich in de eerste plaats voor indien de rechter in eerste aanleg had moeten vaststellen dat een van de overige personen die een kernrol in het strafproces vervullen (dat zijn de verdachte, diens raadsman en de vertegenwoordiger van het openbaar ministerie) niet ter terechtzitting is verschenen, niet op de wettelijk voorgeschreven wijze van de dag van de terechtzitting op de hoogte is gebracht, en er geen omstandigheden zijn aan te wijzen waaruit voortvloeit dat de betrokkene niettemin van het behandelingstijdstip op de hoogte is geweest, vgl HR NJ 1996, 557.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/559f259963580fde8aa3366f33b9fb24048a8da1f08a79308411226ca79eb6dc. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 559f259963580fde8aa3366f33b9fb24048a8da1f08a79308411226ca79eb6dc, en de alinea staat in dat document op bytes 9606 tot 10193.