Citaat | Parket bij de Hoge Raad 1 april 2003
Alinea 24 Parket bij de Hoge Raad 1 april 2003
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 1 april 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF5452.
12. De tweede kanttekening betreft HR NJ 1990, 666. Daarin was aan de orde dat de verdachte in hoger beroep had verklaard dat hij, op het moment waarop hij in eerste aanleg had moeten voorkomen, bij een rechter-commissaris zat in verband met een andere zaak. Tegen de daar ook aanwezige officier van justitie had de verdachte, aldus zijn verklaring in hoger beroep, gezegd dat hij die dag moest voorkomen en dat hij de terechtzitting wilde bijwonen, waarop de officier van justitie hem had toegezegd aanhouding te zullen vragen, hetgeen kennelijk niet was gebeurd.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/559f259963580fde8aa3366f33b9fb24048a8da1f08a79308411226ca79eb6dc. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 559f259963580fde8aa3366f33b9fb24048a8da1f08a79308411226ca79eb6dc, en de alinea staat in dat document op bytes 12571 tot 13148.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/559f259963580fde8aa3366f33b9fb24048a8da1f08a79308411226ca79eb6dc | shasum -a 256