Citaat | Parket bij de Hoge Raad 1 april 2003

Alinea 27 Parket bij de Hoge Raad 1 april 2003

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 1 april 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF5452.

14. In het onderhavige geval is niet gesteld dat zodanige toezegging is gedaan. Integendeel blijkt uit de mededelingen van de raadsvrouwe dat verzoeker reeds aanstonds te horen heeft gekregen dat geen aanhouding zou worden verleend. Er kan derhalve niet worden aangesloten bij HR NJ 1990, 666. De nu opgeworpen cassatieklacht in verband met de in hoger beroep gedane mededeling dat de Politierechter - mogelijk omdat hij onkundig is gebleven van het tevoren gedane verzoek - heeft nagelaten de behandeling aan te houden dient (aangezien die mededelingen ook inhouden dat verzoeker op de hoogte was van de terechtzitting) te worden beoordeeld in het licht van HR NJ 1997, 566 en HR 28 mei 2002, griffienr 03881/00, LJN AE1310.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/559f259963580fde8aa3366f33b9fb24048a8da1f08a79308411226ca79eb6dc. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 559f259963580fde8aa3366f33b9fb24048a8da1f08a79308411226ca79eb6dc, en de alinea staat in dat document op bytes 14381 tot 15120.