Citaat | Parket bij de Hoge Raad 8 juli 2003

Alinea 101 Parket bij de Hoge Raad 8 juli 2003

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 8 juli 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF5456.

4.5.1 Het tweede onderdeel van het eerste middel voert aan dat het Hof het verweer dat de PEC onrechtmatig heeft gehandeld door gebruik te maken van het systeem van besloten (voor)gesprekken, op onjuiste gronden heeft verworpen (punt 11 tot 16 van de schriftuur). Mede op grond van het besloten gesprek met [betrokkene 1] heeft de PEC een proces-verbaal meineed (aangifte) tegen [verdachte] opgemaakt. In dat proces-verbaal heeft de PEC informatie opgenomen die haar in het besloten gesprek met [betrokkene 1] ter ore was gekomen. De ontvankelijkheid van het Openbaar Ministerie was volgens de raadsman in het geding, omdat het openbaar ministerie de onrechtmatige aangifte, het onrechtmatig handelen van de PEC, niet had mogen gebruiken voor het starten van een onderzoek.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/574fd5ef874958b651ead2389309322111a909441ee6a3fe2a98900ef2738b04. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 574fd5ef874958b651ead2389309322111a909441ee6a3fe2a98900ef2738b04, en de alinea staat in dat document op bytes 58110 tot 58896.