Citaat | Parket bij de Hoge Raad 8 juli 2003
Alinea 108 Parket bij de Hoge Raad 8 juli 2003
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 8 juli 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF5456.
4.6.2 Dit onderdeel van het middel richt zich met name tegen de door het Hof onder 6.1.6.6 tot en met 6.1.6.12 gegeven overwegingen, zoals hiervoor weergegeven. Deze overwegingen laten zich als volgt kort samenvatten. Een informeel gesprek vindt alleen plaats op basis van vrijwilligheid. Een dergelijk gesprek valt binnen het toepassingsbereik van verdrags- en wetsbepalingen met betrekking tot bescherming van de persoonlijke levenssfeer. Uitgangspunt dient te zijn dat de commissie geheimhouding bewaart, tenzij de betrokkene uitdrukkelijk toestemming geeft het verslag of een deel daarvan openbaar te maken, dan wel aan derden te verstrekken. Aan de vertrouwelijkheid van het besloten gesprek komt meer gewicht toe als de betrokkene er een rechtens te respecteren belang bij heeft dat het gesprek geheim blijft (bijvoorbeeld zijn veiligheid). Het Hof heeft vastgesteld dat de door PEC met de getuige [betrokkene 1] gemaakte afspraken omtrent de vertrouwelijkheid niet uitmunten in duidelijkheid, dat [betrokkene 1] wel inzag dat [medeverdachte] en [verdachte] bij het openbaar verhoor zouden moeten worden geconfronteerd met delen uit zijn verklaring en dat hij daarmee akkoord ging, zij het dat hij bezorgd was over zijn eigen veiligheid. Met het oog daarop is hem toen toegezegd dat in ieder geval geen gegevens zouden worden geopenbaard die zouden zijn terug te leiden tot identificeerbare individuele gegevens van [betrokkene 1]. Het Hof heeft vastgesteld dat de PEC die mate van vertrouwelijkheid bij de openbare verhoren in acht heeft genomen. De PEC heeft een proces-verbaal meineed opgemaakt en dit aan de hoofdofficier van justitie te 's-Gravenhage doen toekomen. In dit proces-verbaal meineed zijn de persoonsgegevens van [betrokkene 1] in combinatie met door hem verstrekte informatie vermeld. Het Hof heeft vastgesteld dat niet is gebleken dat [betrokkene 1] daarvoor toestemming heeft gegeven. Het Hof heeft vervolgens overwogen dat aan het doen van aangifte een belangenafweging vooraf is gegaan. De PEC zou aan het (maatschappelijk) belang van een strafrechtelijk onderzoek naar de mogelijk meinedige verklaring een doorslaggevende betekenis hebben toegekend.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/574fd5ef874958b651ead2389309322111a909441ee6a3fe2a98900ef2738b04. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 574fd5ef874958b651ead2389309322111a909441ee6a3fe2a98900ef2738b04, en de alinea staat in dat document op bytes 65828 tot 68019.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/574fd5ef874958b651ead2389309322111a909441ee6a3fe2a98900ef2738b04 | shasum -a 256