Citaat | Parket bij de Hoge Raad 8 juli 2003
Alinea 109 Parket bij de Hoge Raad 8 juli 2003
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 8 juli 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF5456.
4.6.3 Het oordeel van Hof dat er een belangenafweging heeft plaatsgevonden acht ik niet onbegrijpelijk. Het Hof heeft voor de motivering van dat oordeel verwezen naar de verklaring van De Graaf (vice-voorzitter van de PEC) zoals afgelegd ter zitting van het Hof van 5 oktober 2001. De getuige De Graaf is toen de vraag gesteld of de PEC bij het doen van aangifte het belang van [betrokkene 1] bij bescherming van zijn persoonlijke levenssfeer en het belang van het voorkomen van onevenredige benadeling van [betrokkene 1] tegen het algemeen belang van strafvervolging van getuigen die tegenover de PEC meinedige verklaringen hebben afgelegd, heeft afgewogen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/574fd5ef874958b651ead2389309322111a909441ee6a3fe2a98900ef2738b04. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 574fd5ef874958b651ead2389309322111a909441ee6a3fe2a98900ef2738b04, en de alinea staat in dat document op bytes 68058 tot 68730.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/574fd5ef874958b651ead2389309322111a909441ee6a3fe2a98900ef2738b04 | shasum -a 256