Citaat | Parket bij de Hoge Raad 8 juli 2003
Alinea 116 Parket bij de Hoge Raad 8 juli 2003
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 8 juli 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF5456.
4.6.6 Vervolgens voert de steller van het middel aan dat het Hof geen recht heeft gedaan aan het vertrouwensbeginsel. [betrokkene 1] zou informatie hebben gegeven in het vertrouwen dat die niet door overheid openbaar zou worden gemaakt. Het vertrouwensbeginsel zou zwaarder dienen te wegen dan het belang van waarheidsvinding, en Uw Raad zou deze afweging ook altijd ten faveure van het vertrouwensbeginsel hebben laten uitvallen. Uit de arresten die op dit punt in de schriftuur worden genoemd valt de in het middel voorgestane algemene opvatting omtrent het vertrouwensbeginsel echter in het geheel niet af te leiden. De steller van het middel ziet in ieder geval over het hoofd dat het hof ook heeft vastgesteld dat er van openbaarmaking van de inhoud van de voorgesprekken met [betrokkene 1] door het doen van aangifte geen sprake is geweest. Openbaarmaking zal te verstaan zijn als 'publiek maken', 'beschikbaar stellen aan het publiek'. Daarvan is inderdaad geen sprake bij het doen van aangifte. Van een ontoelaatbare schending van het vertrouwensbeginsel is geen sprake geweest.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/574fd5ef874958b651ead2389309322111a909441ee6a3fe2a98900ef2738b04. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 574fd5ef874958b651ead2389309322111a909441ee6a3fe2a98900ef2738b04, en de alinea staat in dat document op bytes 76001 tot 77100.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/574fd5ef874958b651ead2389309322111a909441ee6a3fe2a98900ef2738b04 | shasum -a 256