Citaat | Parket bij de Hoge Raad 8 juli 2003

Alinea 121 Parket bij de Hoge Raad 8 juli 2003

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 8 juli 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF5456.

4.8 Ten slotte is in het eerste middel aangevoerd dat het Hof door te overwegen dat een verdachte ook concreet in zijn belangen moet zijn geschaad, HR 3 juli 2001, NJ 2002, 8 m. nt. Sch. heeft miskend, omdat daarin zou zijn bepaald dat een schending van fundamentele (de grondslagen van het strafproces rakende) beginselen tot niet-ontvankelijkheid kan leiden, zelfs als het openbaar ministerie niet verwijtbaar heeft gehandeld en zelfs als de verdachte niet concreet in zijn belangen geschaad is.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/574fd5ef874958b651ead2389309322111a909441ee6a3fe2a98900ef2738b04. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 574fd5ef874958b651ead2389309322111a909441ee6a3fe2a98900ef2738b04, en de alinea staat in dat document op bytes 80279 tot 80789.