Citaat | Parket bij de Hoge Raad 8 juli 2003

Alinea 122 Parket bij de Hoge Raad 8 juli 2003

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 8 juli 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF5456.

Mijns inziens leest de steller van het middel - wellicht geïnspireerd door de door Schalken bij dit arrest geschreven annotatie - te veel in het genoemde arrest. Wat in vervolg op NJ 1999, 567 overeind blijft is dat in zeer uitzonderlijke gevallen ook niet-ontvankelijkheid kan volgen als er niet doelbewust of met grove veronachtzaming van de belangen van de verdachte aan diens recht op een eerlijke behandeling van zijn zaak tekort is gedaan (dus zonder dat de verdachte in zijn belangen is geschaad). Die uitzondering is in NJ 2002, 8 echter feitelijk ingeperkt tot die gevallen waarin het fundamentele belang van de gemeenschap bij inachtneming van de bevoegdheidsverdeling tussen het openbaar ministerie en de onafhankelijke rechter, zoals die in het wettelijk systeem ten aanzien van vervolging, berechting en tenuitvoerlegging van rechterlijke beslissingen is vervat, in het geding is.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/574fd5ef874958b651ead2389309322111a909441ee6a3fe2a98900ef2738b04. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 574fd5ef874958b651ead2389309322111a909441ee6a3fe2a98900ef2738b04, en de alinea staat in dat document op bytes 80797 tot 81704.