Citaat | Parket bij de Hoge Raad 8 juli 2003

Alinea 123 Parket bij de Hoge Raad 8 juli 2003

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 8 juli 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF5456.

De eis dat verdachte in zijn belangen moet zijn geschonden (NJ 1996, 249) geldt dus niet in een specifiek uitzonderingsgeval. Het Hof is zich daarvan ook bewust geweest, getuige het feit dat het Hof blijkens overweging 6.1.3, NJ 1999, 567 (zonder blijk te geven van een onjuiste interpretatie) in zijn overwegingen betrokken heeft. Dat het Hof van oordeel is dat zo'n uitzonderingsgeval zich te dezen niet voordoet, vloeit voort uit de door het Hof gegeven overwegingen. Dat oordeel geeft geen blijk van een miskenning van de toepasselijke maatstaven en is niet onbegrijpelijk. Dan blijft dus overeind dat voor niet-ontvankelijkheid die schending van de belangen van de verdachte in deze zaak aanwezig moet zijn. Het Hof heeft niet onbegrijpelijk overwogen dat daarvan geen sprake is.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/574fd5ef874958b651ead2389309322111a909441ee6a3fe2a98900ef2738b04. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 574fd5ef874958b651ead2389309322111a909441ee6a3fe2a98900ef2738b04, en de alinea staat in dat document op bytes 81712 tot 82510.