Citaat | Parket bij de Hoge Raad 8 juli 2003

Alinea 133 Parket bij de Hoge Raad 8 juli 2003

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 8 juli 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF5456.

5.3 Ten overvloede echter nog het volgende. Het Hof heeft bij de bespreking van het verweer dat het nemo teneturbeginsel was geschonden tevens overwogen dat verdachte op grond van art. 8a WPE gerechtigd was zich bij zijn verhoor door de PEC te laten bijstaan, maar dat niet is gebleken dat hij van dat recht gebruik heeft gemaakt. Het Hof heeft met die overweging geen blijk gegeven van een onjuiste rechtsopvatting. Anders dan de steller van het middel meent valt uit de wetsgeschiedenis van de WPE niet op te maken dat een verhoor door de PEC in beginsel met bijstand plaats dient te vinden en dat slechts op grond van gewichtige redenen daarvan zou kunnen worden afgeweken. Evenmin bevat de wetsgeschiedenis een aanwijzing dat de enquĂȘtecommissie verplicht zou zijn na te gaan waarom een getuige niet is voorzien van rechtskundige bijstand.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/574fd5ef874958b651ead2389309322111a909441ee6a3fe2a98900ef2738b04. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 574fd5ef874958b651ead2389309322111a909441ee6a3fe2a98900ef2738b04, en de alinea staat in dat document op bytes 87820 tot 88677.