Citaat | Parket bij de Hoge Raad 8 juli 2003

Alinea 14 Parket bij de Hoge Raad 8 juli 2003

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 8 juli 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF5456.

De parlementaire enquĂȘtecommissie opsporingsmethoden, naar haar voorzitter ook wel Commissie Van Traa genoemd (hierna afgekort als PEC), heeft op 1 februari 1996 haar eindrapport aan de voorzitter van de Tweede Kamer aangeboden. De verdachten [medeverdachte] en [verdachte] zijn door de PEC in het openbaar onder ede gehoord. De PEC heeft tegen beiden een proces-verbaal meineed opgemaakt dat is gedateerd 1 februari 1996. Dit proces-verbaal meineed is bij brief gedateerd 31 januari 1996 aan de Hoofdofficier van justitie te 's-Gravenhage aangeboden. Hierop is door de rijksrecherche een opsporingsonderzoek gestart. Dit heeft uiteindelijk geleid tot de veroordeling door het Gerechtshof 's-Gravenhage terzake van meineed. Verdachte is tevens veroordeeld voor het bedreigen van een getuige, die in deze zaak een cruciale rol heeft gespeeld.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/574fd5ef874958b651ead2389309322111a909441ee6a3fe2a98900ef2738b04. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 574fd5ef874958b651ead2389309322111a909441ee6a3fe2a98900ef2738b04, en de alinea staat in dat document op bytes 6606 tot 7461.