Citaat | Parket bij de Hoge Raad 8 juli 2003

Alinea 148 Parket bij de Hoge Raad 8 juli 2003

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 8 juli 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF5456.

De door [verdachte] afgelegde verklaringen mogen in ieder geval volgens de verdediging niet tot bewijs dienen. De uitzondering voor meinedige verklaringen op het bewijsverbod van artikel 24 WPE komt in strijd met het nemo tenetur-beginsel als de verdachte gedwongen wordt een valse verklaring af te leggen omdat hij zichzelf anders (voor andere strafbare feiten) zou belasten. Op die grond dient de uitzondering op het bewijsverbod in dit geval buiten toepassing te blijven. De strikte toepassing van een wettelijke bepaling dient hier te wijken voor de (hedendaagse) gebondenheid aan het nemo tenetur-beginsel. Het wettelijk bewijsverbod van artikel 24 WPE is ook op meinedige verklaringen van toepassing.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/574fd5ef874958b651ead2389309322111a909441ee6a3fe2a98900ef2738b04. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 574fd5ef874958b651ead2389309322111a909441ee6a3fe2a98900ef2738b04, en de alinea staat in dat document op bytes 93662 tot 94382.