Citaat | Parket bij de Hoge Raad 8 juli 2003
Alinea 171 Parket bij de Hoge Raad 8 juli 2003
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 8 juli 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF5456.
De steller van het middel gaat uit van een verkeerde lezing van overweging 6.3.3. Het hof heeft in die overweging niet tot uitdrukking gebracht dat het nemo-teneturbeginsel in acht is genomen zodra men een beroep kan doen op rechtsgeleerde bijstand. De overwegingen over de rechtskundige bijstand behelzen niets meer en niets minder dan dat verdachte zijn raadsman had kunnen consulteren teneinde zich te doen informeren over zijn positie tijdens de officiële verhoren. Gelet daarop kan dit onderdeel van het middel eigenlijk buiten bespreking blijven. Ik wil op dit punt slechts opmerken dat het Hof naar aanleiding van het verweer kennelijk een min of meer totaalbeeld heeft willen geven van de waarborgen (rechten) in het belang van de getuige die gelden met betrekking tot een verhoor door de PEC. De overweging over de mogelijkheid van bijstand door een raadsman moet in dat kader bezien worden. Om het even wat scherper te stellen: Het lijkt mij vanzelfsprekend dat uit die overweging niet kan worden afgeleid dat het Hof van oordeel is dat het 'nemo-teneturbeginsel' niet kan zijn geschonden als een verdachte in bijzijn van zijn raadsman door de politie gemarteld is.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/574fd5ef874958b651ead2389309322111a909441ee6a3fe2a98900ef2738b04. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 574fd5ef874958b651ead2389309322111a909441ee6a3fe2a98900ef2738b04, en de alinea staat in dat document op bytes 111743 tot 112933.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/574fd5ef874958b651ead2389309322111a909441ee6a3fe2a98900ef2738b04 | shasum -a 256