Citaat | Parket bij de Hoge Raad 8 juli 2003

Alinea 172 Parket bij de Hoge Raad 8 juli 2003

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 8 juli 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF5456.

6.5 De steller van het middel keert zich vervolgens tegen de overweging van het Hof dat verdachte ten overstaan van de PEC op grond van het nemo teneturbeginsel een beroep had kunnen doen op zijn zwijgrecht (verschoningsrecht). Een wettelijk verschoningsrecht bestond en bestaat niet en uit de jurisprudentie van het EHRM tot 1996 kon niet worden afgeleid dat in een dergelijk geval een getuige met beroep op het nemo-teneturbeginsel een verschoningsrecht zou toekomen, aldus de steller van het middel. 's Hofs vaststelling dat verdachte een keuzemogelijkheid had zou in ieder geval geen reële kenbare keuzemogelijkheid zijn geweest.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/574fd5ef874958b651ead2389309322111a909441ee6a3fe2a98900ef2738b04. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 574fd5ef874958b651ead2389309322111a909441ee6a3fe2a98900ef2738b04, en de alinea staat in dat document op bytes 112971 tot 113619.