Citaat | Parket bij de Hoge Raad 8 juli 2003
Alinea 174 Parket bij de Hoge Raad 8 juli 2003
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 8 juli 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF5456.
6.7 Getuigen zijn verplicht te voldoen aan een oproeping van een PEC (art. 3 WPE). De commissie kan getuigen onder ede horen (art. 8 WPE). Het niet verschijnen of het weigeren te antwoorden kan een strafbaar feit opleveren (art. 10 en 15 WPE). In de WPE is een verschoningsrecht voor de traditionele geheimhouders opgenomen (art. 19 WPE). Voorts kan onder bepaalde omstandigheden op grond van het staatsbelang (o.a. art. 20 WPE) of economische belangen van een onderneming (art. 18) een gerechtvaardigd beroep op geheimhouding worden gedaan. In artikel 24 van de WPE is bepaald dat behalve in het geval van artikel 25 verklaringen voor een commissie, of op haar vordering afgelegd, nimmer als bewijs in rechte kunnen gelden, hetzij tegen degene door wie zij zijn afgelegd, hetzij tegen derden. In artikel 25 WPE is, kort gezegd, meineed strafbaar gesteld.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/574fd5ef874958b651ead2389309322111a909441ee6a3fe2a98900ef2738b04. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 574fd5ef874958b651ead2389309322111a909441ee6a3fe2a98900ef2738b04, en de alinea staat in dat document op bytes 114117 tot 114985.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/574fd5ef874958b651ead2389309322111a909441ee6a3fe2a98900ef2738b04 | shasum -a 256