Citaat | Parket bij de Hoge Raad 8 juli 2003
Alinea 177 Parket bij de Hoge Raad 8 juli 2003
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 8 juli 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF5456.
Boon pleit voor het opnemen van verschoningsrecht voor zover het betreft het beantwoorden van een vraag, waardoor men zichzelf, enkele naaste bloed- of aanverwanten, dan wel zijn (vroegere) echtgenoot aan het gevaar van een strafrechtelijke veroordeling zou blootstellen. Wij willen erop wijzen dat de huidige WPE in artikel 24 bepaalt dat verklaringen voor een enquêtecommissie afgelegd, nooit als bewijs in rechte hetzij tegen degene door wie zij zijn afgelegd, hetzij tegen derden kunnen gelden. Boon is van mening dat dit artikel niet voldoende bescherming geeft en de "justitie" op een spoor kan zetten, waarna geheel los van die verklaringen, een sluitend bewijs van een strafbaar feit wordt verkregen. Wij delen de vrees van Boon niet. De parlementaire enquête inzake de bouwsubsidies heeft uitgewezen dat het zeer wel mogelijk is de verschillende doelstellingen, bevoegdheden en verantwoordelijkheden van enquêtecommissie en Openbaar Ministerie te onderscheiden en te scheiden. Uit het verslag van genoemde enquêtecommissie is ons niet gebleken dat de samenloop van beide onderzoeken in dit opzicht problemen als door Boon gevreesd, heeft gegeven (zie Kamerstuk 19623, nr. 30, bladz. 11 en 18). Dat wil overigens niet zeggen dat wij geen oog zouden hebben voor de gevaren waaraan een getuige of deskundige zichzelf, bepaalde bloed- en aanverwanten of zijn of haar echtgenoot of vroegere echtgenoot zou blootstellen indien hij op bepaalde vragen zou antwoorden. Wij menen echter dat een enquêtecommissie, gesteld voor het dilemma dat een getuige of deskundige tegenover haar aannemelijk heeft gemaakt dat het bovenomschreven gevaar dreigt, met toepassing van artikel 18a, tweede lid, de vraag waarop zij een antwoord van belang acht aan de getuige of deskundige kan voorleggen in een besloten verhoor. In het geval de getuige of deskundige niet aannemelijk heeft kunnen maken dat het geven van een antwoord op een aan hem gestelde vraag hemzelf of een van de eerdergenoemde "zijnen" in moeilijkheden zou kunnen brengen, resteert hem nog de mogelijkheid op de gestelde vraag een antwoord te weigeren. De commissie zal dan hebben te beslissen of zij in haar vraag volhardt en tot het opmaken van een proces-verbaal, conform het gestelde in artikel 15, tweede lid, zal overgaan.(54)
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/574fd5ef874958b651ead2389309322111a909441ee6a3fe2a98900ef2738b04. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 574fd5ef874958b651ead2389309322111a909441ee6a3fe2a98900ef2738b04, en de alinea staat in dat document op bytes 115515 tot 117819.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/574fd5ef874958b651ead2389309322111a909441ee6a3fe2a98900ef2738b04 | shasum -a 256