Citaat | Parket bij de Hoge Raad 8 juli 2003

Alinea 18 Parket bij de Hoge Raad 8 juli 2003

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 8 juli 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF5456.

6.1.1. Volgens de verdediging is de aangifte van meineed door de Parlementaire Enquête Commissie Opsporingsmethoden (hierna afgekort als: PEC) onrechtmatig, aangezien deze steunt op onrechtmatig verkregen verklaringen van [betrokkene 1]. Het openbaar ministerie had zich ervan moeten vergewissen of de aangifte rechtmatig was en of de verklaringen waarop de aangifte steunde rechtmatig waren verkregen. De aangifte van meineed door de PEC is onrechtmatig, zo betoogt de verdediging, aangezien de aangifte is gebaseerd op en geschied met gebruikmaking van een verklaring van [betrokkene 1], aan wie zowel door de Rijksrecherche als door de PEC een uitdrukkelijke, ongeclausuleerde toezegging tot (absolute) geheimhouding was gedaan, en de gedane toezeggingen door de PEC zijn geschonden. In het bijzonder zijn in de aangifte opgenomen de persoonsgegevens van [betrokkene 1] en de door hem vertrouwelijk verstrekte informatie. Het doen van aangifte is in de visie van de verdediging een vorm van openbaarmaking.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/574fd5ef874958b651ead2389309322111a909441ee6a3fe2a98900ef2738b04. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 574fd5ef874958b651ead2389309322111a909441ee6a3fe2a98900ef2738b04, en de alinea staat in dat document op bytes 8384 tot 9408.