Citaat | Parket bij de Hoge Raad 8 juli 2003

Alinea 181 Parket bij de Hoge Raad 8 juli 2003

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 8 juli 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF5456.

6.10 Het nemo teneturbeginsel beoogt te voorkomen dat een verdachte in het onderzoek naar de gegrondheid van een 'criminal charge' een verklaring aflegt onder en door ongeoorloofde pressie van overheidswege. Een verdachte mag niet worden gedwongen te verklaren tegen zichzelf. De dwang te verklaren kan uit een juridisch systeem voortvloeien. In zo'n geval is het juridisch systeem in strijd met het nemo teneturbeginsel. Dwang kan echter ook voortkomen uit handelen van overheidsdienaren, terwijl het juridisch systeem voldoende waarborgen biedt; wat heb je eraan als je op je zwijgrecht wordt gewezen, terwijl de "duimschroeven" worden aangedraaid? Daarom kan een verweer inhoudende dat het nemo teneturbeginsel is geschonden (meestal) niet worden verworpen met de enkele verwijzing dat voldoende juridische waarborgen (mogelijkheden) zijn om anders te verklaren. Of er sprake is geweest van ongeoorloofde druk of dwang zal dan ook feitelijk moeten worden onderzocht.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/574fd5ef874958b651ead2389309322111a909441ee6a3fe2a98900ef2738b04. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 574fd5ef874958b651ead2389309322111a909441ee6a3fe2a98900ef2738b04, en de alinea staat in dat document op bytes 119471 tot 120454.