Citaat | Parket bij de Hoge Raad 8 juli 2003
Alinea 184 Parket bij de Hoge Raad 8 juli 2003
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 8 juli 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF5456.
Het nemo-teneturbeginsel kan dus een rol spelen als in het ene onderzoek het weigeren een verklaring af te leggen strafbaar is en als in het andere, strafrechtelijke onderzoek, de verdachte juist niet behoeft te verklaren. Spanning kan dan ontstaan als de verdachte in de strafzaak wordt geconfronteerd met zijn voor een andere instantie in een ander onderzoek afgelegde verklaringen. Het nemo-teneturbeginsel komt in beeld wanneer de verklaringen uit het ene onderzoek in het strafrechtelijke onderzoek worden geïntroduceerd. Die band is doorgesneden in de WPE. Ingevolge art. 24 WPE mag een verklaring immers niet als bewijs tegen een getuige of een ander gebruikt worden. Het gevaar dat een verklaring justitie op een te onderzoeken spoor zou zetten, kon worden ondervangen door een (gedeeltelijk) besloten verhoor. Daarmee is de genoemde spanning opgelost. De WPE biedt die mogelijkheid en de PEC heeft die mogelijkheid (uiteraard) niet uitgesloten(56). De verdachte had dus in ieder geval gewoon de waarheid kunnen vertellen. De overweging van het Hof is daarmee geheel in overstemming met de gang van zaken zoals de wetgever die voor ogen stond(57).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/574fd5ef874958b651ead2389309322111a909441ee6a3fe2a98900ef2738b04. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 574fd5ef874958b651ead2389309322111a909441ee6a3fe2a98900ef2738b04, en de alinea staat in dat document op bytes 121459 tot 122629.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/574fd5ef874958b651ead2389309322111a909441ee6a3fe2a98900ef2738b04 | shasum -a 256