Citaat | Parket bij de Hoge Raad 8 juli 2003
Alinea 201 Parket bij de Hoge Raad 8 juli 2003
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 8 juli 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF5456.
6.2.2.3. Uit het karakter van een dergelijk feitenonderzoek, dat strekt ter uitvoering van de wettelijke taak van de procureur-generaal, vloeit voort dat de onderzoekers niet kunnen beschikken over de dwangmiddelen die jegens een verdachte (of derden) in het Wetboek van Strafvordering zijn voorzien. Er is immers (in beginsel nog) geen sprake van een redelijk vermoeden van een gepleegd strafbaar feit en een ter zake als verdachte aan te merken persoon, zij het dat in de loop van een dergelijk feitenonderzoek zodanige verdenking wel kan rijzen; en de rijksrechercheurs zijn ingevolge het bepaalde in artikel 141 van het Wetboek van Strafvordering in verbinding met artikel 3, tweede lid, van de Politiewet 1993 algemeen opsporingsambtenaar.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/574fd5ef874958b651ead2389309322111a909441ee6a3fe2a98900ef2738b04. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 574fd5ef874958b651ead2389309322111a909441ee6a3fe2a98900ef2738b04, en de alinea staat in dat document op bytes 132340 tot 133097.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/574fd5ef874958b651ead2389309322111a909441ee6a3fe2a98900ef2738b04 | shasum -a 256