Citaat | Parket bij de Hoge Raad 8 juli 2003

Alinea 216 Parket bij de Hoge Raad 8 juli 2003

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 8 juli 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF5456.

6.2.3.3. Vervolgens rijst de vraag, of [verdachte] gaande het feitenonderzoek niet als verdachte had moeten worden aangemerkt en, zo ja, ter zake van welk feit. Gelet op de (geobjectiveerde) formulering van het verdachtencriterium in artikel 27, eerste lid, van het Wetboek van Strafvordering, is het immers niet geheel aan de discretie van de opsporingsambtenaar overgelaten of hij een bepaalde persoon als verdachte aanmerkt en bijvoorbeeld dwangmiddelen jegens hem toepast, en dan ook - complementair - diens rechtspositie als verdachte in acht moet nemen, waarbij in het bijzonder aan de cautie en het zwijgrecht valt te denken.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/574fd5ef874958b651ead2389309322111a909441ee6a3fe2a98900ef2738b04. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 574fd5ef874958b651ead2389309322111a909441ee6a3fe2a98900ef2738b04, en de alinea staat in dat document op bytes 138114 tot 138760.