Citaat | Parket bij de Hoge Raad 8 juli 2003

Alinea 217 Parket bij de Hoge Raad 8 juli 2003

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 8 juli 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF5456.

Duidelijk is dat het bij een, tijdens het feitenonderzoek gerezen, mogelijke verdenking niet kan gaan om de thans tenlastegelegde feiten. Immers: De meineed zou tijdens het verhoor van [verdachte] door de PEC op 9 oktober en/of 2 november 1995, dus in de afrondende fase van het feitenonderzoek zijn gepleegd; de - kort gezegd - beïnvloeding van de getuige [betrokkene 1] zou ná het uitbrengen van het rapport van het Fort-team hebben plaatsgevonden.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/574fd5ef874958b651ead2389309322111a909441ee6a3fe2a98900ef2738b04. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 574fd5ef874958b651ead2389309322111a909441ee6a3fe2a98900ef2738b04, en de alinea staat in dat document op bytes 138768 tot 139234.