Citaat | Parket bij de Hoge Raad 8 juli 2003

Alinea 219 Parket bij de Hoge Raad 8 juli 2003

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 8 juli 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF5456.

Het hof constateert terzijde dat blijkens de evaluatie(66) die is gemaakt van het strafrechtelijk onderzoek door het Landelijk Recherche Team dat volgde op (onder meer) het parlementair onderzoek van de PEC en het feitenonderzoek van het Fort-team de voor dat onderzoek verantwoordelijke hoofdofficier van justitie Holthuis in januari 2001 stelde dat er "over [verdachte] en [medeverdachte] geen snipper bewijs bestond". Daarbij lijkt het blijkens één van de door de Minister van Justitie uitgebrachte rapportages over de uitvoering van de aanbevelingen van de PEC(67) te gaan om het strafrechtelijk onderzoek naar de groei-informant en zijn dubbelrol, alsmede naar betrokken ambtenaren en criminele geldstromen, op basis van het rapport van het Fort-team en in het bijzonder de daarin gestelde 26 vragen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/574fd5ef874958b651ead2389309322111a909441ee6a3fe2a98900ef2738b04. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 574fd5ef874958b651ead2389309322111a909441ee6a3fe2a98900ef2738b04, en de alinea staat in dat document op bytes 140545 tot 141365.