Citaat | Parket bij de Hoge Raad 8 juli 2003

Alinea 229 Parket bij de Hoge Raad 8 juli 2003

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 8 juli 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF5456.

Het bepaalde in artikel 6, eerste lid, EVRM staat er dus niet aan in de weg dat het resultaat van een feitenonderzoek zoals het onderzoek van het Fort-team naderhand wordt gebruikt door een vervolgende instantie. Blijkens dit arrest valt een feitenonderzoek alleen dan binnen het toepassingsbereik van artikel 6, eerste lid, EVRM als het resultaat van dat onderzoek beslissend is voor de beoordeling van de gegrondheid van de ingestelde strafvervolging. Deze situatie doet zich hier niet voor nu de in het kader van het feitenonderzoek afgelegde verklaringen alleen met toestemming van betrokkene in het strafrechtelijk onderzoek zijn ingebracht. Het onderzoek van het Fort-team bevat voorts geen oordeel over de strafrechtelijke aansprakelijkheid van [verdachte] terzake van de in het 'saptraject' begane feiten en bevat zelfs in het geheel geen oordeel over de hem tenlastelegde meineden.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/574fd5ef874958b651ead2389309322111a909441ee6a3fe2a98900ef2738b04. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 574fd5ef874958b651ead2389309322111a909441ee6a3fe2a98900ef2738b04, en de alinea staat in dat document op bytes 147018 tot 147921.