Citaat | Parket bij de Hoge Raad 8 juli 2003

Alinea 230 Parket bij de Hoge Raad 8 juli 2003

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 8 juli 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF5456.

7.3 De steller van het middel voert aan dat 's Hofs vaststelling in 6.2.3.3 dat de verklaringen van [betrokkene 1] bij objectieve beschouwing verdenkingen terzake van onder meer betrokkenheid bij Opiumwetdelicten opleveren op zich al voldoende dient te zijn voor de bevestigende beantwoording van de vraag of verzoeker gaande het feitenonderzoek als verdachte had moeten worden aangemerkt. Vervolgens keert de steller van het middel zich vooral tegen de overwegingen van Hof waarin het niet aanmerken als verdachte wordt gerechtvaardigd.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/574fd5ef874958b651ead2389309322111a909441ee6a3fe2a98900ef2738b04. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 574fd5ef874958b651ead2389309322111a909441ee6a3fe2a98900ef2738b04, en de alinea staat in dat document op bytes 147959 tot 148510.