Citaat | Parket bij de Hoge Raad 8 juli 2003
Alinea 232 Parket bij de Hoge Raad 8 juli 2003
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 8 juli 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF5456.
7.5. De steller van het middel laat ook na aan te geven welke belangen van verdachte door het handelen het Fort-Team zou hebben geschaad en het hof in zijn overwegingen over het hoofd heeft gezien. Evenmin heeft de steller van het middel aangeduid welke doorwerking vanuit het Fort-onderzoek heeft plaatsgevonden naar het opsporingsonderzoek in verband met de feiten waarvoor verdachte in deze zaak is veroordeeld, in aanmerking genomen dat het Fort-onderzoek op die feiten geen betrekking had of kon hebben nu die feiten eerst nadien zijn begaan. Het lijkt mij sterk dat verdachte reeds tijdens het Fort-onderzoek erin geslaagd zou zijn getuigen te vinden die iets zouden kunnen vertellen over feiten die nog niet hadden plaatsgevonden, of dat verdachte erop gewezen had moeten worden dat hij het recht had te zwijgen over voorvallen in de toekomst waarvan hij al bij voorbaat, dus voordat die feiten zich hadden voorgedaan, verdacht werd.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/574fd5ef874958b651ead2389309322111a909441ee6a3fe2a98900ef2738b04. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 574fd5ef874958b651ead2389309322111a909441ee6a3fe2a98900ef2738b04, en de alinea staat in dat document op bytes 150656 tot 151609.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/574fd5ef874958b651ead2389309322111a909441ee6a3fe2a98900ef2738b04 | shasum -a 256