Citaat | Parket bij de Hoge Raad 8 juli 2003
Alinea 241 Parket bij de Hoge Raad 8 juli 2003
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 8 juli 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF5456.
Voor een inbreuk op het privacyrecht zijn, zo betoogt de verdediging, de volgende drie omstandigheden doorslaggevend. Ten eerste is van belang de wijze waarop de gesprekken werden opgenomen: zonder toestemming, heimelijk. Ten tweede is van belang de stelselmatige manier waarop de gesprekken heimelijk werden opgenomen, niet toevallig of incidenteel, maar regelmatig, hetgeen ook de uitdrukkelijke bedoeling was. Daarenboven wijst het registreren met behulp van een technisch hulpmiddel - in dit geval een verborgen bandrecorder - op de bedoeling de opgenomen gesprekken vaker te gebruiken, waaruit reeds de stelselmatigheid blijkt. Ten derde en tenslotte is van belang voor het vaststellen van een inbreuk op een privacyrecht het doel waarvoor de informatie heimelijk werd vergaard. De gesprekken werden immers opgenomen met geen ander doel dan tegen [verdachte] en [medeverdachte] bezwarend materiaal te verzamelen, dat vervolgens direct door de PEC in haar verhoor is gebruikt, waarna het ook weer rechtstreeks als bewijs diende in deze strafrechtelijke vervolging wegens meineed.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/574fd5ef874958b651ead2389309322111a909441ee6a3fe2a98900ef2738b04. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 574fd5ef874958b651ead2389309322111a909441ee6a3fe2a98900ef2738b04, en de alinea staat in dat document op bytes 154846 tot 155942.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/574fd5ef874958b651ead2389309322111a909441ee6a3fe2a98900ef2738b04 | shasum -a 256