Citaat | Parket bij de Hoge Raad 8 juli 2003
Alinea 253 Parket bij de Hoge Raad 8 juli 2003
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 8 juli 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF5456.
Zoals uit de rechtspraak van de Hoge Raad blijkt(77) levert het enkele zonder toestemming (en medeweten) van de gesprekspartner op een geluidsband vastleggen van een (telefoon)gesprek niet al een schending van de persoonlijke levenssfeer van die gesprekspartner op; daarvoor zijn bijkomende omstandigheden vereist. Die bijkomende omstandigheden bestaan in het onderhavige geval daarin dat in totaal zeven gesprekken zijn opgenomen, waarin ook de bijdrage van [verdachte] is geregistreerd. Anders dan de verdediging is het hof van oordeel dat het gegeven dat de opnames heimelijk tot stand zijn gekomen betekenis ontbeert, omdat de gesprekspartner anders in ieder geval op de hoogte zou zijn van het opnemen van het gesprek en zijn standpunt dienaangaande zou kunnen bepalen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/574fd5ef874958b651ead2389309322111a909441ee6a3fe2a98900ef2738b04. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 574fd5ef874958b651ead2389309322111a909441ee6a3fe2a98900ef2738b04, en de alinea staat in dat document op bytes 163411 tot 164198.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/574fd5ef874958b651ead2389309322111a909441ee6a3fe2a98900ef2738b04 | shasum -a 256