Citaat | Parket bij de Hoge Raad 8 juli 2003

Alinea 254 Parket bij de Hoge Raad 8 juli 2003

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 8 juli 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF5456.

Bovendien moet worden vastgesteld dat het gaat om (telefoon) gesprekken die werden gevoerd door [verdachte] als ex-runner van een (gewezen) informant over aangelegenheden die betrekking hadden op feiten en omstandigheden die zich hebben voorgedaan gedurende de periode dat [verdachte] [betrokkene 1] als informant runde en de afwikkeling daarvan. Daarmee is gegeven dat deze gesprekken - in ieder geval van de kant van [verdachte] - een uitsluitend zakelijk karakter en zakelijke inhoud hadden. In het licht van het arrest van de Hoge Raad van 18 oktober 1987, NJ 1988, 850 kan de conclusie dan ook geen andere zijn dan dat de persoonlijke levenssfeer van [verdachte] bij het opnemen van de (telefoon)gesprekken niet in het geding was.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/574fd5ef874958b651ead2389309322111a909441ee6a3fe2a98900ef2738b04. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 574fd5ef874958b651ead2389309322111a909441ee6a3fe2a98900ef2738b04, en de alinea staat in dat document op bytes 164206 tot 164954.