Citaat | Parket bij de Hoge Raad 8 juli 2003

Alinea 264 Parket bij de Hoge Raad 8 juli 2003

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 8 juli 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF5456.

In de bandopnames zijn gesprekken vastgelegd, welke zijn gevoerd tussen een gewezen runner van de RCID-Kennemerland en een (gewezen) informant over aangelegenheden die uitsluitend op die relatie betrekking hadden. De verdediging is in de gelegenheid geweest zowel [betrokkene 1] als de rijksrechercheurs die betrokken zijn geweest bij de bandopnames te ondervragen. De authenticiteit van de bandopnames is door de verdediging niet betwist. De bandopnames vormen voorts niet het enige bewijs waarop een veroordeling van [verdachte] zou kunnen worden gebaseerd.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/574fd5ef874958b651ead2389309322111a909441ee6a3fe2a98900ef2738b04. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 574fd5ef874958b651ead2389309322111a909441ee6a3fe2a98900ef2738b04, en de alinea staat in dat document op bytes 169653 tot 170226.