Citaat | Parket bij de Hoge Raad 8 juli 2003
Alinea 268 Parket bij de Hoge Raad 8 juli 2003
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 8 juli 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF5456.
6.4.2.8. Bij de beoordeling van de vraag of het recht op bescherming van de persoonlijke levenssfeer door deze observaties en registratie daarvan is geschonden stelt het hof voorop dat, zoals in 6.4.2.4. werd uiteengezet, de contacten tussen [betrokkene 1] en [verdachte] een zakelijk karakter hadden, waardoor de persoonlijke levenssfeer van [verdachte] niet in het geding is gekomen, terwijl de ontmoetingen bovendien plaatsvonden in het openbaar of in voor het publiek in beginsel gewoon toegankelijke ruimten.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/574fd5ef874958b651ead2389309322111a909441ee6a3fe2a98900ef2738b04. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 574fd5ef874958b651ead2389309322111a909441ee6a3fe2a98900ef2738b04, en de alinea staat in dat document op bytes 172766 tot 173292.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/574fd5ef874958b651ead2389309322111a909441ee6a3fe2a98900ef2738b04 | shasum -a 256