Citaat | Parket bij de Hoge Raad 8 juli 2003

Alinea 274 Parket bij de Hoge Raad 8 juli 2003

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 8 juli 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF5456.

8.4 Het Hof komt op grond van zijn vaststellingen tot het oordeel dat er, behoudens in één geval, geen sprake is geweest van inmenging door de overheid. Voor wat betreft de vaststelling van de feiten kan het oordeel van het Hof slechts op zijn begrijpelijkheid worden getoetst. Ik acht dat oordeel niet onbegrijpelijk. De conclusie die het Hof daaraan heeft verbonden, namelijk dat er geen inmenging van de overheid heeft plaatsgehad op één uitzondering na, geeft geen blijk van een onjuiste rechtsopvatting en kan voorts het oordeel dat van een ontoelaatbare inmenging van de overheid in de privésfeer van verdachte - een schending van artikel 8 EVRM toe te rekenen aan de overheid - geen sprake was, genoegzaam dragen(79). Terzijde wil ik nog opmerken dat de enkele vaststelling dat er geen sprake is van ontoelaatbare overheidsinmenging, gelet op het feit dat aan artikel 8 EVRM ook wel horizontale werking (tussen burgers onderling) wordt toegekend(80), niet betekent dat er dan ook geen sprake zou kunnen zijn van een schending van artikel 8 EVRM. Dat zal echter niet snel consequenties hebben in een strafrechtelijke procedure(81).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/574fd5ef874958b651ead2389309322111a909441ee6a3fe2a98900ef2738b04. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 574fd5ef874958b651ead2389309322111a909441ee6a3fe2a98900ef2738b04, en de alinea staat in dat document op bytes 175863 tot 177018.