Citaat | Parket bij de Hoge Raad 8 juli 2003
Alinea 288 Parket bij de Hoge Raad 8 juli 2003
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 8 juli 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF5456.
In beide gevallen neemt het ontbreken van een verdragsbasis voor het onderzoek niet weg dat de bevoegde buitenlandse autoriteiten toestemming aan Nederlandse onderzoekers kunnen verlenen om op hun grondgebied feitelijke onderzoekshandelingen te verrichten; alsdan is van schending van de soevereiniteit geen sprake. Dergelijke handelingen zullen - in ieder geval naar Nederlands recht - omdat zij niet op een verdrag berusten, echter slechts met vrijwillige medewerking / toestemming van betrokkenen kunnen geschieden. Het hof verwijst voor wat betreft de Nederlandse situatie in een dergelijk geval (dat rechtshulp niet bij verdrag is voorzien) bij wege van analogie aan de strafrechtelijke rechtshulp naar het bepaalde in de artikelen 552k, tweede lid, en 552o, eerste lid, van het Wetboek van Strafvordering. Uit laatstgenoemde bepaling blijkt dat dwangmiddelen door de rechter-commissaris slechts kunnen worden toegepast indien het rechtshulpverzoek op een verdrag gegrond is. Evenmin is er - met analoge toepassing van het bepaalde in artikel 539a van het Wetboek van Strafvordering - aanleiding de onderzoeksbevoegdheid van de Rijksrecherche in het kader van een feitenonderzoek tot het Nederlands territoir beperkt te achten.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/574fd5ef874958b651ead2389309322111a909441ee6a3fe2a98900ef2738b04. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 574fd5ef874958b651ead2389309322111a909441ee6a3fe2a98900ef2738b04, en de alinea staat in dat document op bytes 183096 tot 184341.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/574fd5ef874958b651ead2389309322111a909441ee6a3fe2a98900ef2738b04 | shasum -a 256